Algemeen: Start pagina Wie zijn wij Laatste nieuws Wandelen Gastenboek Vakantie's: Landen Eilanden Steden Wintersport Motortrips Fotografie: Natuur Bezoekersgalerij Bezoekersverhalen Fotoselectie Wandelfotografie Diversen: Zonnemaire.eu Links Totaaloverzicht Contact English |
Corsicaaugustus 2002Foto's27 juli 2002. In de keuken staat uitgestald wat er mee gaat op deze vakantie. Alle kampeerspullen zijn weer van zolder gehaald en uit de schuur gevist. Het ziet ernaar uit dat het allemaal net past in onze Fiat Punto. Ieder jaar nemen we onszelf voor de volgende keer minder mee te nemen en toch ligt er weer een hele berg klaar. Tent, slaapzakken, luchtbed, keukentje, kleding, handdoeken, eten, lamp, pomp, grill, koelbox en ga zo maar door. Allemaal broodnodige zaken en natuurlijk toch weer veel te veel. Gezien mijn ervaring als koerier is het mijn (Digna) taak om alles weer praktisch in de auto te laden. Het lukt me ieder jaar weer om alles zo in de auto te proppen, dat we toch nog via de binnenspiegel door de achterruit kunnen kijken. Omdat we onderweg een paar nachten moeten overbruggen hebben we dit keer niet alleen de grote katoenen piramide tent bij ons, maar ook de kleine lichtgewicht koepeltent. Op Corsica zelf blijven we dit jaar op 1 camping staan en gaan vandaar uit het hele eiland bekijken. Vorig jaar hebben we de grote tent zo vaak op moeten breken en weer opgezet, dat willen we dit jaar eens anders proberen. Daarom hebben we de kleine tent ook bij ons om onderweg te kunnen gebruiken. 28 juli 2002, 6 uur in de ochtend. Het is een bewolkte dag in Nederland. We vertrekken zoals gewoonlijk vroeg in de ochtend. Voor ons doen is het zelfs al laat. We willen vanmiddag op tijd halfweg in Frankrijk zijn om zo op tijd een leuke camping voor de 1e nacht te zoeken. Omdat het nog lekker vroeg en dus rustig is, rijden we over de snelweg door België naar Luxemburg. We zijn al rond 9 uur bij Metz. Een half uurtje later zijn we bij knooppunt Toul, net voorbij Nancy en verlaten daar de snelweg. We nemen vanaf nu de “Route National” N74. We zijn blij dat we de snelweg kunnen verlaten om op een rustig tempo verder te rijden. De N74 is een glooiende rustige weg. Het is zondag en er is bijna geen verkeer. We toeren lekker met 90 km per uur en genieten onderweg van het landschap, het mooie weer en de specifieke Franse huizen. Het valt ons op dat er weinig onderhoud aan de huizen wordt gepleegd. Iets dat wel vaker voorkomt in Frankrijk. Af en toe passeren we een stuk nietszeggend industriegebied. Noord Frankrijk heeft weinig interessants te bieden voor zover wij nu zien. We stoppen onderweg een paar keer om een broodje te eten en koffie te drinken. Uiteraard hebben we alles zelf meegenomen. We zijn tenslotte echte Hollanders. Af en toe rijden we achter een tractor en schieten we niet echt op, maar haast hebben we niet. Over 2 dagen vertrekt de boot naar Corsica pas vanuit Toulon. Rond een uur of 5 in de middag wordt het tijd om een camping te zoeken. Ter hoogte van Dijon wijken we af naar rechts en komen op de D67. We zien al snel een bordje met daarop de verwijzing naar een camping vlakbij een natuurterrein met een grote zwemplas. Maar helaas, deze camping is ten eerste te luxe en ten tweede helemaal volgeboekt. We rijden nog een klein uurtje door en komen terecht in een klein boerendorpje Marnay. Hier is een kleine boerderijcamping en er is een plaatsje vrij. Er is zelfs een klein zwembad bij. De temperatuur is inmiddels deze dag flink gestegen en we zijn behoorlijk bezweet. We zetten snel de tent op, zodat ik nog even kan zwemmen. Onderweg hebben we al een hapje gegeten. Om half 8 duik ik lekker even het verfrissende water van het zwembad in. Alle kinderen zijn inmiddels verdwenen en ik heb het water voor mezelf. Al snel staan een aantal kinderen druk pratend aan de kant van het zwembad. Ik zwem rustig een paar baantjes door, want ik kan ze toch niet verstaan. Ik spreek geen woord Frans. De kinderen gebaren naar mij en wijzen op een stuk papier dat aan de deur van het kleedhokje, ofwel verweerde houten overkapping wat voor kleedruimte door moet gaan, hangt, maar ik kan het niet lezen. Ik zwem gewoon door en de kinderen worden steeds onrustiger. Zou er soms iets vies’ in het water ronddobberen? Ik besluit er toch maar uit te gaan en loop naar de gebrekkig Engels sprekende camping eigenaar. Hij is net aan tafel geschoven voor zijn avondmaaltijd, maar staat toch even op om uit te leggen wat er op het briefje staat geschreven. Vanwege de rust is het verboden ’s avonds na half 8 te zwemmen. De kinderen maken nogal veel lawaai en de kleintjes moeten slapen, vandaar. De eigenaar stelt mij gerust dat ik best even een paar baantjes rustig mag zwemmen en zegt tegen de kinderen dat het goed is. Gerustgesteld dat er niet een of ander monster in het water rondwaard zwem ik nog lekker even door. Ik voel me weer heerlijk fris en hoef niet meer in de douche. Alfred is geen zwemmer en zit lekker voor de tent te genieten van het uitzicht over het Franse platteland. De omgeving is rustig en wij staan op een veldje aan de rand van de camping en kijken op een weids uitgestrekt glooiend landschap met hier en daar een boerderijtje en een klein dorpje. Je waant je hier nog 30 jaar terug in de tijd. Aangezien Alfred niet graag auto rijdt, heb ik de hele dag gereden en ik ben best moe. We lopen nog een rondje over de camping, maar gezien de grootte van de camping zijn we in 5 minuten rond. In het midden van de camping zijn een paar mannen aan het Jeu de Boulen. Hoe kan het ook anders in Frankrijk. We blijven even staan kijken en er wordt vriendelijk naar ons geknikt. Een conversatie zit er niet in, want wij spreken geen Frans en zij geen Engels en al helemaal geen Nederlands. We duiken vroeg in de tent en slapen heerlijk in deze rustige omgeving. 29 juli 2002. We staan rond 9 uur op, ontbijten bij de tent en ruimen alles snel weer op. Natuurlijk past alles niet meer zo netjes in de auto zoals gisteren, maar ik kan nog steeds door de binnenspiegel naar buiten kijken, dus dat is in orde. We zeggen de eigenaar van de camping gedag en rijden weer rustig door op de D67 en vervolgens weer op de N74. Als we bij Lyon in de buurt komen is het al rond 2 uur in de middag. We stoppen om te eten en ik bekijk de kaart. Het is nog best een eind naar Toulon en omdat ik bang ben dat we in tijdnood komen besluiten we over de tolweg verder te gaan. Morgenvroeg moeten we bij de boot zijn en we willen vannacht op een camping in Toulon slapen. Maar eerst willen we uitzoeken waar de boot vertrekt. We rijden de laatste 200 km lekker door over de snelweg en rond 5 uur naderen we de kust. Nu wordt het Franse landschap inderdaad mooi. Bergen doemen voor ons op en af en toe zien we in de verte de Middellandse Zee tevoorschijn komen. Het is voor ons allebei de eerste keer dat we zo ver in Frankrijk zijn. Het grootste stuk van de route was niet spectaculair maar dit gebied is inderdaad de moeite waard. Het is meteen enorm druk op de weg en ook behoorlijk warm. We naderen Toulon al snel en rijden meteen door naar het centrum van de stad. De havens staan goed aangegeven en al snel hebben we de plek gevonden waar we morgenochtend om 7 uur moeten zijn. Nu nog een camping in de buurt zien te vinden. We rijden de route langs de kust en komen aan de rand van Toulon op een soort boulevard hoog boven het water. Het uitzicht is prachtig. Bij stom toeval zien we midden tussen de huizen in de nauwe straatjes een bordje met de verwijzing naar een camping erop. In eerste instantie zie ik het bordje niet, maar Alfred gelukkig wel. We draaien om en rijden het straatje in waar het bordje heen wijst. We zetten de auto in de straat en lopen eerst een smal paadje dat schuin omhoog gaat op om te kijken of hier inderdaad een camping is. En jawel, verscholen tussen de rotsen is inderdaad een open plaats waar je de naam camping aan zou kunnen geven. Er staan wat kleine tentjes hier en daar en er is zelfs een soort barretje met een restaurantje. Er staan een aantal motors en het blijkt een soort motorcamping te zijn. Echt iets voor ons dus. Er is plaats genoeg en dus gaan we de auto halen. Het pad loopt vrij steil omhoog en de diesel heeft er moeite mee. De ruimte die uit de rotsen gehouwen is, is ongeveer 100 m² en overal staan bomen. We kiezen het meest rechte plekje dat nog open is en pakken de kleine tent uit de chaos in de auto. De eigenaar van de camping komt aanlopen met een plastic bakje waarin grote spijkers die dienen als haringen in zitten en heeft een grote hamer bij zich. Wij danken hem voor zijn aanbod, maar uiteraard hebben we zelf haringen en een hamer bij ons. De man laat toch het bakje met de spijkers bij ons staan en al snel blijkt waarom. De grond is keihard en Alfred slaat al snel een aantal van onze eigen haringen krom. We gebruiken dus toch maar de spijkers en zo goed en kwaad als het lukt zetten we de tent op. Bij de ingang is een ruimte uit de rotsen gehakt en overdekt met golfplaten. Dit geheel vormt het restaurant en de bar. Gezien het klimaat zitten er geen ramen en deuren in. Buiten staan een paar gammele tafeltjes en versleten stoelen. We gaan zitten en drinken eerst een groot glas lekkere koude cola. Er staat zowaar friet met knakworst op het menu en daar hebben we inmiddels wel trek in. Het is al bijna half 10 in de avond. Op zijn dooie gemakje gaat de eigenaar onze bestelling klaarmaken. De friet is vet en de worst smaakt naar niets, maar er is ketjup en we hebben zo’n trek dat het toch lekker smaakt. Na het eten wandelen we een stukje en we vinden een pad dat naar de Middellandse Zee loopt. We dalen af en genieten een tijdje aan het water. Later op de avond gaan we aan de bar zitten en raken in gesprek met een Duitse motorrijder. Hij is hier nu al een week en wacht op zijn vriendin die ook op de motor komt. Dan blijven ze samen nog een week en hij vertrekt naar huis en zij rijdt in haar eentje door naar Griekenland op de motor. Dat noemen we nou nog eens echte motorrijders. We ontmoeten ook een Amerikaans stel. Zij hebben een huurauto en gaan ook naar Corsica. In een paar dagen tijd hebben ze heel Frankrijk en Duitsland al gezien. Ze gaan nu nog een paar dagen naar Corsica om vervolgens de auto weer in te leveren en naar Amerika terug te vliegen. Ze hebben een hoop verhalen te vertellen en de avond is gezellig. We spreken af elkaar morgen bij de boot te ontmoeten. We gaan natuurlijk veel te laat naar bed, maar door de nachtelijke koelte, slapen we toch nog lekker. 30 juli 2002. Half 6 gaat de wekker en ook de Amerikaanse “buren” zijn al op. We ontbijten niet en ruimen snel de tent op. Om 6 uur vertrekken we richting Toulon centrum en al snel hebben we de plaats gevonden waar onze boot zal vertrekken. We zijn veel te vroeg, maar toch zeker niet de eerste. Ik vind het allemaal wel spannend, want we hebben geboekt via internet en ik hoop dat onze tickets geldig zijn. Het enorme schip met zijn opvallende gele kleur van Corsica Ferries ligt al klaar aan het dok. Het is nog donker en de vele lichtjes van het schip geven het geheel een uitstraling als het schip uit de serie “Loveboat”. Dit is natuurlijk geen vergelijk want de “Loveboat” is vele malen groter en luxer, maar voor ons is dit al heel wat. De auto’s die net vanuit Corsica aangekomen zijn verlaten het schip en keurig op tijd mogen wij het schip oprijden. Het gaat allemaal razendsnel en we vertrekken precies op tijd uit de haven voor een overtocht van 6 uur. De Amerikanen treffen we op het bovendek. Wij gaan eerst ontbijten in de Lounge. Heerlijke croissants en koffie. Het zonnetje schijnt al volop en de ligstoelen zijn allemaal bezet. De Amerikanen hebben al ligstoelen te pakken en zitten op een zijgang van het schip. Na een uurtje varen wordt er al wat heen en weer gelopen door verschillende passagiers en de jacht op ligstoelen is geopend. Een beetje chaotische taferelen levert dit op. Sommige mensen hebben een ligstoel “gereserveerd” door er kleding op te leggen en zijn daarna gaan ontbijten. Uiteraard zijn deze ligstoelen vervolgens weer ingepikt en ontstaan er al snel kleine ruzies. Uiteindelijk vinden wij toch 2 ligstoelen die onbezet zijn en nemen plaats naast de Amerikanen. We zitten lekker in de schaduw en genieten van het uitzicht over de Middellandse Zee. We zien eigenlijk helemaal niets dan water en dat maakt het eigenlijk wel zo leuk. Gewoon staren naar niets en gezellig kletsen met onze medereizigers en vooral kijken, kijken en kijken naar wat alle andere passagiers doen. Onderweg zie ik nog een dolfijn uit het water springen en vlak voor de boot weer onderduiken. Alfred heeft hem helaas niet gezien. De Amerikaanse wel, dus ik weet dat het inderdaad een dolfijn is geweest. We verplaatsen ons naar het zonnedek waar kinderen in het zwembad aan het spelen zijn. Het is een klein rond zwembadje en alleen geschikt om in te springen en vervolgens weer uit te klimmen en weer in te springen. Van zwemmen is geen sprake en volwassenen kunnen er ook niet in. Het heeft een doorsnede van 3 meter, maar goed, we kunnen thuis vertellen dat er een zwembad aan boord was. Rond 2 uur zien we eindelijk de eerste contouren van Corsica en het ziet er inderdaad uit als een prachtig eiland in de Middellandse Zee. Veel groen en langs de kust gekleurde hotelcomplexen en huizengroepen. Rond half 3 leggen we aan in de haven van Ajaccio. We zeggen de Amerikanen gedag en zoeken onze weg terug naar de auto. Het uitrijden gaat ook redelijk snel en we zijn eindelijk aan land. In de haven worden er meteen talloze folders aan ons uitgereikt. We hebben eigenlijk nog steeds geen idee waar we heen zullen gaan en volgen de massa richting de uitgang van de havens. Aan de kust willen we zeker niet blijven, daar is het veel te toeristisch. We hebben inmiddels besloten de tent op te zetten op een camping in het midden van het eiland om zo daarvandaan het hele eiland te kunnen bezoeken. Het wordt dus Corté. Een middeleeuws stadje midden op het eiland. We vinden al snel de goede weg en rijden over een redelijke drukke doorgaande weg richting Corté. Het is nog zo’n 2 uur rijden voor we hier aankomen. Het stadje ziet er mooi uit. Gebouwd op een heuvel. We zoeken een rustige camping en vinden er één midden in het bos, ver van de bewoonde wereld. Deze camping is zo op de natuur gebaseerd dat er zelfs geen water en stroom is. Aangezien het erg warm is op Corsica en wij de koelbox bij ons hebben, zoeken we toch nog even verder naar een camping met stroomvoorziening. Net buiten het dorp vinden we camping Alivetu. Deze camping is ook gelegen in het bos met voldoende beschutting onder de bomen en heeft douchegelegenheden en stroomvoorziening. Het is toch een rustige camping met een klein terras en een winkeltje waar ‘s morgens verse broodjes en croissantjes te krijgen zijn. We zetten de tent op tussen 2 bomen en hebben zo lekker veel schaduw en meteen een goede verbinding voor de waslijn. Onze plek is vooraan op de camping en zo zien we veel gasten komen en gaan. Naast ons staat een Italiaans gezin met 3 jonge kinderen waar we later nog wel wat last van krijgen. We eten die avond Pizza en gaan vroeg naar bed, want we zijn moe. 31 juli 2002. Vroeg in de ochtend worden we wakker van kwetterende vogels en huilende kinderen. Het is weer een mooie dag en de temperatuur loopt al richting de 30 graden. Alfred gaat verse croissantjes halen en ik dek de tafel en zet koffie. We ontbijten op het gemak en gaan daarna douchen en opruimen. Deze eerste dag doen we het rustig aan. We dalen af naar de rivier die onder aan de camping stroomt. Het is er heerlijk koel, alhoewel er van rivier weinig sprake is. Er staat nauwelijks water in, maar het water dat er stroomt is ijskoud. Het valt meteen op hoe slordig de mensen hier met de natuur omgaan, want in de rivier ligt een wrak van een afgedankte auto. Dit wrak ligt er waarschijnlijk al jaren en zal er ook nog wel jaren blijven liggen. Hier houdt men niet van opruimen en van vervuiling hebben zie hier ook nog niet gehoord. Ondanks het koude water zwemmen er toch kinderen in de rivier. Wij waden een stukje door het koude water en klimmen over de vele grote stenen die door deze rivier bezaaid liggen. We zitten een tijdje op een steen en genieten van de rust. We zijn nog moe van het vroege opstaan gisteren en door de hitte zijn we te lui om iets te ondernemen. We hangen wat rond bij de rivier en de tent. Aan het eind van de middag wandelen we naar het stadje. Net buiten de camping ligt een middeleeuwse stenen brug. Op de brug kijken we in de diepte waar bij nat weer het water door de rivier stroomt. Door de droogte is er nauwelijks water en de hele omgeving ziet er dor en droog uit. Net over de brug staat een half afgebroken huis. Van dit soort vervallen bouwwerken zullen we er nog vele zien op dit eiland. De Corsicanen zijn lui van aard en bouwen gewoon een nieuw huis tegen het vervallen huis aan en breken het oude huis nooit af. Overal verspreid over het eiland zien we deze taferelen, evenals verlaten brokstukken van oude auto’s die her en der langs de kant van de weg of in het bos zijn achter gelaten. Zonde van zo’n mooi eiland. De Corsicanen durven zelfs zo ver te gaan Corsica “I’lle de Beauté” te noemen wat zoiets als “Eiland van Schoonheid” betekend. Ongetwijfeld zal de natuur op Corsica in het voorjaar prachtig zijn, maar in deze droge tijd valt het ons tegen. In ieder geval behandelen de Corsicanen hun eiland niet met respect. Alles is kapot en de huizen zijn slecht onderhouden. Overal is de verf afgebladderd en overal ligt troep. Dit is niet alleen te wijten aan de vele toeristen die Corsica jaarlijks bezoeken. We wandelen wat door het dorp en besluiten hier het avondeten op een terras te nuttigen. Zo rond half 6 hebben wij al flinke trek en we vinden een plaats op een terras op het pleintje met uitzicht op het standbeeld van Pasquale Paoli (de vader des Vaderlands). We bestellen een jus ‘d Orange en vragen om de kaart. De kaart kunnen we krijgen, maar eten kunnen we nog niet bestellen. De Corsicanen eten pas laat en wij als toeristen moeten ons hier maar aan aanpassen. De keuken is vanaf half 8 geopend. Wel kunnen we een lunchgerecht krijgen en aangezien ik gek ben van Meloen met Ham, vind ik het prima. Meloen met Ham en heerlijk stokbrood en Alfred een soepje. De ham is zo droog en oud, zo heb ik hem nog nooit geproefd, maar het smaakt heerlijk. Ver voor het hier op de terrassen echt druk wordt met eters, wandelen wij alweer terug naar de tent. 1 augustus 2002. Het is alweer vroeg warm en dus gaan we er vroeg op uit. We rijden met de auto naar het meer van Calacuccia. Opnieuw een tegenvaller. Het meer is een stuk kleiner dan we dachten en bovendien staat het water laag. Volgens de toeristische gids kun je er kanoën en inderdaad, na goed zoeken vonden we een aantal verlaten plastic kano’s. Er was niemand in de buurt die ons kon informeren over de verhuur van de knalgele plastic bananen. Het was er bijzonder stil. Een paar kinderen zwemmen in het brakke water en verder is er niets of niemand te zien. Bovendien pakken donkere wolken zich snel samen en een enorme onweersbui is het resultaat. Een eenzame kanoër komt snel terugvaren en wij zoeken ons heil in het dorpje. Dan maar een ijsje op een terras. Nog geen 5 minuten later vluchten we naar binnen voor de regen. Een typisch Corsicaans restaurantje spreidt ons ten toon. Er is niets, maar dan ook helemaal niets gedaan om de inrichting ook maar enigszins vrolijk of gezellig te maken. Er hangt niets aan de muren en de enige kleur in het interieur is het saaie groen van een paar plastic tafelkleedjes. De bediening is overigens wel vriendelijk. We rijden op het gemak terug richting Corté en komen door de Scala di Santa Regina. Een smalle kronkelweg voert ons dwars door hoge rotsen. Diep onder de weg loopt een oud riviertje, de Golo, maar door de weinige regenval van de afgelopen maanden staat ook deze rivier zo goed als droog. Het lijkt erop dat het op Corsica al maanden, zo niet jaren, niet meer heeft geregend. Alles is droog. Erg droog. Deze tocht door de bijzondere rotsen is een verademing voor ons. Eindelijk iets moois om te bekijken. De weg is zo smal dat we er niet kunnen stoppen. Zelfs tegemoetkomend verkeer moet flink uitwijken om elkaar te kunnen passeren, maar dat maakt het de moeite waard. Langs de weg sukkelen magere koeien, op zoek naar eetbaar gras. Dat valt niet mee, want alles is uitgedroogd. Al vroeg zijn we weer terug op de camping en we wandelen nog maar eens naar het centrum van Corté om een beetje te winkelen. 2 augustus 2002. Op een ansichtkaart en in de toeristische gids staat het strand van Palombaggia afgebeeld. Een mooi parelwit strand met azuurblauw water. Dat willen we graag zien. Plage de Palombagia ligt in het zuidoosten van Corsica. We volgen de Oostelijke N198 die helemaal langs de oostkust loopt. Een mooie route, hier en daar wat aan de saaie kant. Hoe zuidelijker we komen, des te mooier wordt de natuur. We rijden langs stranden en passeren kleine dorpjes. Overal is het druk met toeristen. Het wegennet op Corsica is niet te vergelijken met het wegennet in Nederland. De wegen kronkelen, stijgen, dalen en hobbelen. We doen er dan ook uren over om bij het strand van Palombaggia te komen. We parkeren de auto op een van de overvolle parkeerterreinen die midden in de bossen verscholen liggen. Natuurlijk zijn we hier niet alleen. Wat willen we nu, op dit toeristische eiland midden in het hoogseizoen?! Het is bommetje vol op het strand en zo idyllisch als de plaatjes zijn, zo onecht is de werkelijkheid. Het strand is niet anders dan elk willekeurig strand in Zeeland. Het enige verschil is de rode rotsen die een kleine meter uit het water omhoog steken. De zoveelste tegenvaller. Omdat het erg heet is op het strand bivakkeren we een half uurtje onder een parasol. Ik waag me een keer in het water en zelfs Alfred neemt een duik. We maken wat foto’s en nemen een ijsje en een vet patatje bij een strandtentje. Teleurgesteld blazen we af en rijden rustig het hele eind terug. We stoppen nog even bij een mooie baai, waar de kleuren van de struiken bijna de herfst lijken te verkondigen. Alles is roodbruin van kleur. Wel erg mooi. Midden in een natuurgebied rijzen de contouren van een cruiseschip omhoog. Zonde van het uitzicht op Porto Veccio. We rijden weer verder en de dag is in ieder geval gevuld. Onderweg stoppen we nog ergens aan een strandje en ik zwem nog even in de Middellandse Zee. We rijden naar uitzichtpunt Paulone bij Almeria, maar hier is het ronduit saai. Er is niets te zien dan water en een paar bootjes van lokale vissers. ’s Avonds hangen we rond bij de tent en lopen nog even langs de rivier. 3 augustus 2002. Vandaag gaan we ondanks de enorme hitte wandelen naar de Cascade de Meli. Een enorme waterval. De wandeling begint in Canaglia, een klein dorpje niet zo ver van Corté. We rijden met de auto helemaal naar het eind van het dorpje, wat meteen ook het einde van de weg en de bewoonde wereld is. Het is een bosrijke omgeving. De schoonheid van de omgeving heeft een zwart randje door de vele autowrakken die langs de kant van de weg achtergelaten zijn. We wandelen een stukje door het bos en komen dan bij een rivier. Door de droogte staat ook deze rivier bijna droog. Het pad loopt langs de rivier omhoog. Al snel wordt het pad minder goed begaanbaar door de vele stenen die er op liggen. De stenen worden steeds groter en groter. Voor onze voeten krioelen honderden kleine hagedisjes. De stenen worden zo groot dat we nu echt moeten klimmen in plaats van lopen. We twijfelen of dit nog wel het goede pad is, maar volgens het boekje klopt het allemaal en we klimmen rustig door. Ondertussen is het al bloedheet geworden. Na uren en uren klimmen horen we eindelijk de waterval. Maar oh oh, wat valt dat weer eens tegen. De waterval die op de foto in het boekje staat is enorm, maar dit straaltje lijkt er in de verste verte niet op. Door de droogte is er bijna niets meer van over. De zoveelste tegenvaller. De wandeling gaat nog een stuk verder, maar wij besluiten terug te gaan. Het is nog een heel eind. Onderweg willen we wat afkoelen door in de rivier te gaan zwemmen. We zoeken een stukje op waar het water wat dieper is en trekken onze zwemkleding aan. Het valt niet mee om in het water te komen. Het water is ijskoud en de grote rotsen zijn moeilijk te beklimmen. Eindelijk vinden we een plekje waar we in het water kunnen, maar onder water zijn vele kleine scherpe steentjes die zeer doen aan onze voeten. Niet echt een succes dus. We kleden ons weer aan en zakken verder af naar de auto. We zijn rond 4 uur weer op de camping en puffen nog een beetje uit bij ons eigen riviertje. Een duik nemen we niet meer. 4 augustus 2002. We rijden over de N1197 naar het noorden. Dit is een redelijke weg en enigszins te vergelijken met een snelweg in Nederland. De weg loopt pal langs de zee en we stoppen bij Lozari. Het uitzicht over de zee is mooi en onder ons zien we de rotsen in het kraakheldere water. Het lijkt wel op een rif. De zee is helder blauw en een koel briesje maakt onze aanwezigheid op deze Noordse Kaap aangenaam. De volgende stad die we bezoeken is I’lle Rousse. Een middeleeuwse stad met een haven en een winkelstraat. De rood/gele granieten rotsen steken hoog boven het water uit. We wandelen langs de haven en het strand. L’ille Rousse is gesticht door Pasquale Paoli en heeft op de punt van de haven een echt fort. Er is een duikcentrum en er is zowaar een Nederlands sprekende medewerker. Een introductieduik kost 35 euro en dan ga je meteen de diepte in. Alfred twijfelt even of hij de duik erop zal wagen, maar hij ziet er toch maar vanaf. We zoeken de auto weer op en rijden verder langs de kustweg naar Calvi. Hier vinden we de zoveelste Citadel en wagen er een wandeling aan. Het is er zeer druk en weinig te zien. Ook de winkeltjes zijn hetzelfde als in iedere andere toeristenstad. We rijden terug over dezelfde weg en bij Algajola zien we een bordje dat wijst op een Maritiem Museum of iets met zeedieren. We volgen een oud weggetje richting het water, maar uiteindelijk blijkt het niet meer te zijn dan een oud restaurantje. Helaas. We stoppen onderweg nog eens voor een ijsje en een drankje en rijden langzaam terug richting Corté. Onderweg passeren we een kapotgeschoten brug. Deze brug is een monument en stamt uit de tijd dat de Italianen en Fransen om het eiland vochten. We kijken er rond en lezen de maquette. Als we terug rijden richting Corté eten we onderweg in Ponte Leccia ons zoveelste ijsje. Heerlijk. 5 Augustus 2002. Vandaag rijden we dwars over het eiland naar het Westen richting Porto. Dit is een mooi stadje hoog gelegen met uitzicht over de Middellandse Zee. We nemen de D18 richting het Noorden tot aan Pont de Castirla. Hier slaan we af richting het Westen en rijden de D84 op. Deze weg loopt dwars over Corsica en slingert dan weer door het bos en dan weer langs de rivier de Golo. Onderweg komen we meerdere malen loslopende zwijnen tegen. Ze zijn tam en scharrelen met tientallen tegelijk langs de weg om eten te zoeken. We klimmen behoorlijk om de Col de Salto (1391 m) te overbruggen. Het is een hele mooie route met mooie uitkijkpunten. Het is hier ook erg rustig. Porto is inderdaad mooi. Het ligt hoog op een klif en de hele omgeving is groen met uitzicht op de blauwe zee. Vanuit Porto nemen we de D81 naar Girolata. We kronkelen over een smalle weg langs de kust. Hier en daar stoppen we om van de koele zeebries en het uitzicht te genieten. We willen graag Natianaal Park Reserve de Scandola bezoeken. Dit gebied bestaat uit rotsformaties met natuurlijke bruggen en tunnels onder water. Er leven onder andere grote zeeschildpadden. Het park is alleen per boot en onder begeleiding bereikbaar. Volgens de kaart moet er vanuit Girolata een boot vertrekken die een tour maakt naar dit prachtige natuurgebied. De weg richting Girolata wordt steeds smaller en slechter. Grote gaten in het wegdek zijn eerder regel dan uitzondering. We hobbelen steeds verder weg van de bewoonde wereld. Het wegdek is stoffig en van asvalt is geen sprake meer. Hier en daar kunnen we helemaal niet meer verder omdat er aan de weg gewerkt wordt. Na een tijdje wachten in de zengende hitte kunnen we dan weer een paar honderd meter rijden. Uren en uren zijn we onderweg. Je moet er tenslotte wat voor over hebben om iets moois te zien. Uiteindelijk komen we in Girolata. We rijden helemaal naar het uiterste puntje aan de kust en vinden dan ook nog het houten vervallen huisje waar tickets voor de tour worden verkocht. Het huisje is verlaten en ziet er bouwvallig uit. Een paar oude vergeelde vellen op het raam verraden dat hier inderdaad de tour ooit is vertrokken. Zo te zien is er al in geen jaren meer iemand geweest. We doen navraag in het dichtsbijzijnde restaurant en inderdaad, de boot vaart niet meer. Wanneer en waar hij wel vertrekt is een raadsel. Niemand kan het ons vertellen. Teleurgesteld drinken we wat en gaan weer verder. Voorbij Girolata loopt een wandelpad richting het park. De GR nogwat. Niet bekend. Het is afgesloten. We mogen er niet in. Weer een teleurstelling. Uiteindelijk rijden we de D81 verder uit richting het noorden en komenvia Calvi en L'Ille Rousse weer terug in Corté. Het was een lange warme dag met teleurstellingen, maar ook met prachtige uitzichten bij Porto. 6 augustus 2002. We bezoeken vandaag Bastia helemaal op het Noorden van het eiland. We nemen de N200 naar het Oosten tot aan Aléria. Dan volgen we de N198 naar het Noorden, helemaal langs de Oostkust. Het oosten is de saaiste kant van het eiland. Geen mooie stranden, maar vele kleine dorpjes waar de weg doorheen voert. Overals zien we kleine lokale markten. Het is vooral een drukke weg en we doen er lang over. Bastia zelf is een grote stad en voordat we de stad in rijden passeren we tientallen bedrijventerreinen en winkelcentra. Het is niets bijzonders. Bastia zelf is erg druk. We rijden een stuk naar het Noorden en zien de Ferries die naar de vaste wal varen al liggen. Een komen en gaan van toeristen. We willen naar de Noordkaap maar het is er zo druk dat we besluiten terug te gaan naar Corté. 7 augustus 2002. Omdat we morgen naar huis gaan, doen we vandaag rustig aan. We ruimen de tent op en vertoeven nog lekker in de rivier bij de camping. We zijn het eigenlijk wel zat op het eiland en zijn blij dat we morgen naar huis gaan. 8 augustus 2002. We staan vroeg op en pakken in snel tempo de tent in. We hoeven pas om 13:00 uur bij de boot te zijn en het is ruim een uur rijden naar Ajaccio. Alle tijd dus. Onderweg komen we een schildpadden park tegen. Parce A Cupulatta. Omdat we toch tijd genoeg hebben nemen we een kijkje in het park. We zien er vele soorten schildpadden uit Amerika, Afrika en Azië. Er zijn ook een aantal hele grote, oude exemplaren. Heel mooi om te zien. Ruim op tijd komen we aan in de haven bij het dok waar de Ferrie om 15:00 uur zal vertrekken. Het is er nog doodstil. Zelfs het hek is nog gesloten. We stappen uit en lopen naar een loket waar een aantal mannen zitten. Ze begrijpen niet wat we willen en ik laat de reservering zien. Een van de mannen begint hard te lachen. Er vertrekt vandaag géén boot naar Toulon. Op de reservering staat ook 9 augustus en het is vandaag 8 augustus. Ik heb me vreselijk vergist. Wat een blunder en wat balen we, want we wilden zo graag naar huis vandaag. Er zit niets anders op dan een camping zoeken en het kleine tentje nog een keer opzetten voor deze nacht. We besluiten niet te ver van Ajaccio vandaan te gaan en rijden richting het Zuid-Westen. In Porticcio vinden we een kleine camping met zwembad. Er is gelukkig nog een plaatsje vrij. Achter de camping loopt een riviertje en Alfred doet een poging om met zijn hengel, die al de hele vakantie onaangeroerd in de auto ligt, wat te vissen. Het is best mooi aan het water, maar ik ga toch liever zwemmen. Later rijden we de boulevard van Porticcio af en ik krijg de neiging om het te vergelijken met Renesse. De ene strandtent na de andere en vele, vele winkels. We doen boodschappen bij een grote supermarkt en omdat Alfred er als supertoerist uitziet en een rugzak bij zicht heeft, moeten we deze openmaken bij de kassa. Alfred is behoorlijk beledigd en boos omdat ze ons als dieven aanzien. Hoe durven ze. We kijken vanuit Porticcio over de baai van Ajaccio naar deze stad. Er liggen allemaal kleine vissersbootjes en ik vraag me af hoe de eigenaren bij deze bootjes moeten komen. Ze liggen midden op het water aan een ketting. 's avonds eten we in het restaurantje bij de camping een pizza en zo is deze dag toch weer om. We slapen in de kleine tent niet zo goed, want er is nog laat lawaai op de camping. 9 augustus 2002. Eindelijk is de dag aangekomen. We gaan nu echt naar huis. We breken de tent af en gooien alles in de auto. Het is nu toch al een rotzooi en ik heb voor mezelf al besloten dat we in één keer door naar huis rijden en niet meer overnachten in Frankrijk. We wilden eigenlijk nog naar de Tarne in Frankrijk, maar we zijn het echt zat. We vertrekken ruim op tijd naar de haven en de hekken staan gelukkig open. Het is nog voor 13:00 uur, dus we zijn één van de eersten. Dan worden we opgevangen door een medewerker van Corsica Ferries. De boot heeft door het slechte weer vertraging en we mogen kiezen of we weer weg rijden en later terug komen of de auto neerzetten op het dok en lopend de stad in gaan. We besluiten het laatste te doen, dan staan we lekker vooraan als de boot komt. We hebben niet zo veel zin om de stad in te gaan en blijven bij de auto. We zitten wat op de kade aan het water en lopen wat rond. Er komen steeds meer mensen bij en het wordt nog gezellig op de groene strook gras waar iedereen een koele plek onder de bomen zoekt. Sommigen maken van de gelegenheid gebruik om wat slaap in te halen en doen een dutje, anderen spelen een spelletje kaart of kletsen wat met andere reizigers. Het wordt later en later en we hebben inmiddels wel honger gekregen. Gelukkig hebben we nog boodschappen gedaan en genoeg drinken en snoep meegenomen. Uiteindelijk komt de boot pas om 19:00 uur de haven binnen varen. Voordat iedereen van boort is en wij op de bood zijn is het ruim 20:00 uur. Eindelijk vertrekken we dan. Het is inmiddels heel slecht weer en buiten op het dek zitten is er niet bij. We eten eerst wat in het restaurant. Alle passagiers zijn nu binnen en het is erg druk. We besluiten om de gratis slaapstoelen die we bij de reservering hebben gekregen op te zoeken en proberen wat te rusten. Helaas zijn alle stoelen bezet. Overal liggen mensen te slapen, op de grond, op tafels en in de gangen. Er zijn ook een aantal honden aan boord en er ligt zelfs hier en daar binnen op de vloerbedekking een verse hondendrol. Vreselijk! Het weer wordt slechter en slechter en het regent en stormt hard. De boot gaat flink tekeer en ik wordt een beetje zeeziek. Uiteindelijk komen we ruim na 2 uur in de nacht aan in Toulon. Hier is het weer beter en het is helder. We rijden in één ruk door naar huis. Aangezien ik alles alleen moet rijden ben ik rond 5 uur in de ochtend helemaal op. Ik zet de auto op een parkeerplaats neer en we slapen eerst een paar uur ongemakkelijk in de auto. Tegen 7 uur halen we een ontbijt in het vieze wegrestaurant en rijden we verder. Ook de lunch nuttigen we in een vies, druk wegrestaurant langs de Franse tolweg. We komen tegen 18:00 uur in de avond thuis aan. We lossen de auto, eten eindelijk weer een Nederlands frietje, bellen naar huis en duiken dan lekker ons eigen bedje in. We besluiten nooit meer naar een eiland te gaan, maar ik ben bang dat we dat over een paar jaar alweer vergeten zijn. © Copyright 2004-2008 - Digna van den Broek |