home update: 14 november 2017 wandelfreaks.com
contact info blog wandelen media fossielen



Voor wie denkt dat Sal niet meer is dan luxe resorts afgeschermd door bewakers, een azuurblauwe zee met hoge golven en geschikt voor luie vakanties, is het resort niet af geweest. Mij heeft het eiland in ieder geval verrast.

Het eiland Sal staat er bekend om dat het kaal en dor is. Dat klopt ook wel. Bomen of groen vind je er niet. Het grootste deel van het vulkanische eiland bestaat uit woestijn en vulkaansteen. Dor en droog. Met een constante temperatuur van 22 tot 27 graden en weinig regen kan dat ook niet anders. Maar wie verder kijkt en durft te ontdekken zal zien dat het eiland veel te bieden heeft. De resorts zijn stuk voor stuk luxe en van alle gemakken voorzien. Mijn hotelkamer bleek een compleet appartement te zijn met 2 slaapkamers, 2 badkamers, een keuken, woonkamer en groot balkon met uitzicht op zee. In zo'n omgeving voel je jezelf al snel lekker. Het complex is keurig onderhouden met veel aangeplant groen, palmbomen en zelfs hier en daar gras. Leuke slingerpaadjes die allemaal langs de 4 zwembaden naar de zee leidden.



Bewaking op elke hoek van het resort. Het zal vast nodig zijn, maar ik heb me op het eiland geen moment onveilig gevoelt. Het eiland kent geen snelwegen. Slechts 1 hoofdweg van Noord naar Zuid voert je van de hoofdstad Espargos en het vliegveld naar de 2e stad in het Zuiden, Santa Maria. Verder 3 geasfalteerde zijtakken. Op die hoofdweg rijden niet alleen de mini-busjes en auto's, maar je kunt er ook fietsen, wandelen, slenteren en met een quad of buggy rijden. Levensgevaarlijk dus en aan de andere kant de gewoonste zaak van de wereld. De kinderen die uit school komen lopen hier naar huis. Gewoon over de hoofdweg. Omdat het kan.

Santa Maria is een vriendelijk stadje op het Zuidelijkste puntje van het eiland. Het is er gezellig druk en toch rustig. De bevolking is vriendelijk en zoals dat hoort in een Afrikaans land maakt men zich hier niet druk. De mannen zitten in de schaduw bij de haven en verkopen hun vers gevangen vis. De vrouwen zitten een stukje verder op de pier en verkopen schelpen en sieraden. In tegenstelling tot mijn ervaring op de Canarische eilanden wordt je hier niet lastig gevallen door verkopers. Uiteraard bieden ze hun waar aan en vragen ze of je een kijkje wilt nemen in hun winkel, maar agressief zijn ze niet. Ze pakken je niet beet en dringen niet aan. De kwaliteit van het eten is goed. Er is vooral vis, maar ook voor de vleesliefhebber is er genoeg.

Tijdens mijn tocht op een quad over het eiland heb ik mijn ogen uit gekeken. Met zo'n quad kun je zowel door het woestijngebied als over de verharde weg rijden. Wij volgden het pad door de heuvels en de canyon zoals de dame bij de verhuur het uitlegde. Wij vroegen ons verschillende keren af of "dit" nu de canyon was als we weer eens door een greppel ploegden, maar uiteindelijk zagen de canyon echt. Het vulkanische eiland heeft aan de westkust vooral lange stranden en luxe resorts, maar aan de oostkust vind je er geen bebouwing. Golven beuken hier op de rotspartijen en verlaten stukken strand maken het tot een zeer idyllisch geheel. Niet ver van Santa Maria aan de Oostkust is het kitestrand. Hier zie je de hippe surfers en een nette strandtent. Midden in het woestijngedeelte achter de kustlijn is een lokale bewoner aan het oefenen met zijn kite. De quads en vierwiel aangedreven auto's scheuren langs hem heen. Het hindert niet. Niemand zit hier elkaar in de weg. Men reageert relaxed en stoort zich niet aan een ander. Een stukje voorbij het kitestrand begint de stilte pas echt. Rotsformaties en heuvels waar als je goed kijkt een pad loopt. Geen keurig aangelegd pad, maar een pad ontstaan door de vele quads die hier rijden. Zomaar ineens een stukje verlaten strand bezaaid met prachtige grote schelpen en een verlaten hut. Wat ook op valt is de grote hoeveelheid plastic en afval die hier aangespoeld ligt. Aan de Westkust is alles keurig schoongemaakt. Hier ligt alles zoals het is. Het hoort er niet te zijn, maar het heeft ook wel iets. Eerlijkheid gebied mij te zeggen dat de wind altijd uit het Westen komt en aan deze zijde van het eiland ook het meeste aanspoelt.

We vervolgen onze tocht over de heuvels en ervaren de stilte. Het is hier echt verlaten. Midden in de dorre omgeving loopt 1 lokale bewoner. We kunnen niet zien of hij aan het trainen is of op de vlucht. Hij rent door de bloedhitte maar heeft geen sportkleding aan. Hij is vast aan het hardlopen voor de lol en sportkleding kennen ze hier niet. We rijden verder en moeten soms over een heuvel en soms door mul zand ploegen. Uren rijden we op het gemak door dit prachtige gebied en af en toe stoppen we om foto's te maken. Dan komen we weer aan de kust. Deze keer een kust vol grote rotsen en tot onze verbazing zien we op een van de rotsen een man die aan het vissen is. Hoe deze man op de rots is gekomen, is ons een raadsel, want deze grote rots ligt los in het water en is niet verbonden met het vaste land. De zee beukt tussen de rots en het vaste land. Zwemmen of lopen is hier geen optie. Een bootje zien we niet. Tot op heden toe weet ik nog niet hoe deze man die plek heeft bereikt.



In het midden van het eiland komen we bij het plaatsje Pedra Lume. Hier is ook de ingang van de zoutmijnen die we willen bezoeken. Het dorpje is klein en oogt verlaten. Er is een soort schoolpleintje waar kinderen in fel gekleurde kleding spelen. Een school zien we niet. Aan de overkant is iets wat op een gebouwtje lijkt en daar voetballen wat grotere jongens. Niet netjes op een grasveld zoals bij ons, maar op de kale stenige ondergrond. Sommigen op blote voeten, anderen hebben versleten gymschoenen aan. Ze zijn verdeeld in 3 groepen en dragen rode, groene of gele hesjes. Ik vind het geweldig om hier even naar de kinderen te staan kijken. Ze vermaken zich met niets. Geen dure speeltoestellen, geen voetbalgoals, geen grasveld. Stenen en gravel en dat is het. Een stukje verderop is een scheepswerf waar een aantal oude en roestige schepen staan. Er staat ook een grote trimaran (soort catamaran, maar dan met 3 rompen). Deze wordt opgeknapt en is duidelijk bedoelt om aan toeristen te verhuren. Onder de boot uit de zon zit een groep mannen op houten kratjes. Ze praten, lachen, drinken en zwaaien naar ons. Alles gaat hier op het gemak. De trimaran is waarschijnlijk de enige serieuze klus die ze in jaren hebben gehad. De andere schepen zien eruit als vergane glorie en ik kan me niet voorstellen dat daar ooit nog aan gewerkt wordt.

De mannen wijzen ons de ingang van de zoutmijnen. De zoutmijnen zijn niet meer in gebruik en dienen nu als toeristische attractie. 5 euro per persoon moeten we betalen. Het parkeerterrein is verlaten en wij kunnen de quad hier achterlaten. We lopen door een gleuf in de rosten en zien onder ons de zoutmijnen liggen. Het valt mij een beetje tegen. Het is kleiner dan verwacht en het ligt in een diepe groeve tussen de heuvels. Onderaan de heuvels is een restaurantje. De medewerksters van dit restaurant, allen voorzien van fel oranje gekleurde shirts, sjokken al naar boven. Wij zijn laat. Het is al tegen vijven en we hebben niet veel tijd meer om de zoutmijnen te bewonderen. We proeven van het water en het is echt zout. Je mag erin zwemmen, maar wij beperken ons tot pootje baden. Er staan wat oude roestige tractoren en je ziet nog de houten skeletten van wat ooit de mijnliften waren. Dit is duidelijk alleen nog een toeristenattractie. Mij valt het tegen en we besluiten dan ook na een minuut of 10 weer terug naar boven te lopen.

De terugtocht op de quad gaat over de snelweg, als je dat zo mag noemen. We moeten om 18.00 uur terug zijn en het is nog zeker een uur rijden. Met een gangetje van 70 kilometer per uur, in korte broek, zoeven we over de weg terug naar Santa Maria. Net op tijd leveren we de quad in.

Boven het dorpje Pedra Lume is niets meer. Een dorre kale vlakte zonder enig bereik op je telefoon. De verhuurder van de quad heeft ons op het hart gedrukt om niet verder te gaan dan daar. Mocht je pech krijgen kun je geen hulp meer bereiken. Jammer, want dit "verboden" gebied in het Noorden van Sal beslaat een behoorlijk groot gedeelte van het eiland.

De volgende dag wandel ik vanuit het resort over het strand naar een lagune. Een prachtige inham waar de golven tegen de rotsachtige kust aanbeuken. Golfsurfers zijn hier actief. Beginners en ver gevorderden. Leuk om naar te kijken. De locale bevolking sjokt met surfplanken door het zand. Sommigen zijn in het bezit van een 4 wiel aangedreven auto met laadbak, anderen hebben een oude quad. Haast schijnt niemand hier te hebben. Als de golven goedgekeurd zijn gaat men het water in, maar ik heb ook gezien dat de surfers weer rechtsomkeert maken als het niet naar de zin is. Een klein en oud houten gebouwtje dient als sufschool. Alles is oud en kapot, maar het hindert niet. De toerist komt hier aan zijn trekken en voor de locale bewoners is het genoeg. Uren kan ik staren naar de hoge golven aan de Oostkust van het eiland. Mooie rollers en felle kleuren.



Ik heb me geen minuut verveeld op dit eiland. Ik heb genoten van de goede kwaliteit van het eten, de luxe van het appartement in het resort, maar vooral van de locale bewoners die hier op dit eiland, waar het altijd rond de 27 graden is, zich ogenschijnlijk nergens druk om maken. Ik had graag nog meer van de locale gewoontes en levenswijze willen zien, maar helaas was de tijd al om. Ik zou graag nog eens terug gaan.




Nieuw












Andorra Duitsland Liechtenstein Polen Zwitserland links
Aruba Engeland Luxemburg Portugal nieuws
België Frankrijk Nederland Slovenië 100 selfies
Bonaire Italië Noorwegen Spanje
Denemarken Kaapverdië Oostenrijk Zweden


© Wandelfreaks.com 2004 - 2017